Re-integratie spoor 2 anno 2019; ken de werkwijzer poortwachter!


Re-integratie spoor 2 anno 2019; ken de “Werkwijzer Poortwachter”

De afgelopen maanden heeft het UWV de werkwijze en beoordeling van re-integratie dossiers van langdurig zieke medewerkers aangescherpt.

Zo moet een re-integratietraject spoor 2 op tijd worden ingezet (uiterlijk binnen 6 weken na de eerstejaarsevaluatie).

Een traject moet een “adequate” inhoud hebben (compleet en inclusief eventuele scholing) en altijd naast spoor 1 aangeboden en gefinancierd worden door de werkgever.

Wanneer is Re-integratie spoor 2 aan de orde?

Zodra er geen zicht (meer) bestaat op een structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie, moet er een adequaat re-integratietraject spoor 2 worden gestart om de hervattingskansen van de arbeidsongeschikte werknemer zo veel mogelijk te vergroten. Uiterlijk moet dit re-integratietraject worden gestart binnen 6 weken na de eerstejaarsevaluatie (= in de 52e verzuimweek). Re-integratieactiviteiten in spoor 2 kunnen na de eerstejaarsevaluatie alleen achterwege blijven als er binnen drie maanden een concreet perspectief is op structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie in eigen, aangepast of ander passend werk dat zo dicht mogelijk aansluit bij de functionele mogelijkheden. Ontstaat er pas na de (eerstejaars)evaluatie belastbaarheid, dan zullen werkgever en werknemer ook later met de re-integratie beginnen. Er wordt van uitgegaan dat er 2 weken nodig zijn voor het opstellen of bijstellen van het plan van aanpak en maximaal 6 weken voor de start van de uitvoering van de beoogde re-integratieactiviteiten. De tijd tussen de vaststelling dat er belastbaarheid is ontstaan en de start van daadwerkelijke inzet van re-integratieactiviteiten mag dus maximaal 8 weken bedragen. Omdat de re-integratievolgorde blijft bestaan, richt de re-integratie zich ook in deze situatie in eerste instantie op spoor 1. Maar omdat het tweede jaar van de loondoorbetalings-verplichting inmiddels is ingegaan, moet er direct (naast een onverminderd voortzetten van spoor 1) met een re-integratietraject spoor 2 gestart worden. Dit geldt alleen wanneer er bij het opstellen van (de bijstelling in) het plan van aanpak er binnen 3 maanden geen concreet perspectief is op structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie in eigen, aangepast of ander passend werk dat zo dicht mogelijk aansluit bij de functionele mogelijkheden. De werkgever en werknemer moeten wel alle hervattingsmogelijkheden blijven onderzoeken. Bijvoorbeeld na een wijziging in de belastbaarheid of een wijziging in de organisatie.

Inhoud re-integratietraject spoor 2

Bij re-integratie in spoor 2 wordt de arbeidsongeschikte werknemer actief begeleid bij het vinden, verkrijgen en behouden van een voor hem geschikte functie in een andere organisatie dan in die van de eigen werkgever. Dit gebeurt op basis van een van tevoren opgesteld en schriftelijk vastgelegd re-integratieplan.
De werkgever en de werknemer zijn samen verantwoordelijk voor de re-integratie. Hoewel men zich kan laten bijstaan door deskundigen kan de werkgever de re-integratie ook in eigen beheer uitvoeren. De werkgever is meer genoodzaakt om gebruik te maken van de specifieke expertise van een intermediairals de arbeidsongeschikte werknemer bij het vinden van een passende functie ook wordt belemmerd door (meer) andere factoren dan ziekte en/of handicap zoals een eenzijdig arbeidsverleden, een geringe scholingsgraad of een gevorderde leeftijd. Ook als de werkgever de re-integratie in eigen beheer uitvoert, mag van hem worden verwacht dat hij de inzet van een re-integratie-intermediair aanbiedt en financiert als de werknemer dat wenst. Als er sprake is van meer dan marginale mogelijkheden moet minimaal één keer een adequaat re-integratietraject spoor 2 ingezet worden. Een re-integratieplan spoor 2 bestaat uit alle door of namens de werkgever en/of zijn arbeidsongeschikte werknemer ontplooide en/of te ontplooien activiteiten. Dit zijn activiteiten gericht op (de verruiming van) de mogelijkheden van de werknemer om een passende functie buiten de eigen organisatie te vinden, te verkrijgen en/of te behouden

Adequaat re-integratietraject spoor 2

Het geheel van activiteiten moet als ‘adequaat’ kunnen worden aangemerkt. Daarvoor moet het re-integratietraject bestaan uit een logisch samenhangende reeks van elkaar opvolgende, flankerende en/of overlappende activiteiten, die de afstand tussen het persoonsprofiel en het zoekprofielvan de werknemer zo snel en zo veel mogelijk opheft of verkleint.
Het persoonsprofiel is de van tevoren vastgestelde uitgangspositie van de werknemer. Het zoekprofiel is het einddoel, gericht op een structurele verwerving van een geschikte functie buiten de eigen organisatie. Om ‘adequaat’ te blijven, moet het traject direct worden gewijzigd als de situatie daartoe aanleiding geeft. Als een re-integratietraject mislukt ondanks adequate inspanningen van de werknemer en intermediair, dan moet er ten minste met de arbodienst of bedrijfsarts geëvalueerd worden. Hierbij kunnen arbeidsdeskundigen of andere deskundigen op het terrein van arbeid en gezondheid worden geraadpleegd. Als uit de evaluatie blijkt dat er nog mogelijkheden zijn, moet er gezocht worden op welke wijze deze mogelijkheden alsnog benut kunnen worden. De aard, omvang en verscheidenheid van de re-integratie belemmerende factoren bepalen de mate waarin een tweede spoortraject qua duur als ‘adequaat’ kan gelden. Ook wanneer een adequaat re-integratietraject is afgerond en de periode van loondoorbetalingsverplichting nog niet voorbij is, blijft de re-integratie-inspanningsverplichting van werkgever en werknemer onverminderd van kracht gelden.